Huishoudelijk reglement

Huishoudelijk reglement (versie 2.2 goedgekeurd d.d. 23 april 2019)

Amersfoortse Schietsport Vereniging “Prins Hendrik”

 

Afdeling 1 – Algemene bepalingen

 

Artikel 1 – Nastreven van het doel (zoals genoemd in Artikel 2, lid 1 van de Statuten)

 

Leeswijzer

1.0          Daar waar in dit Huishoudelijk Reglement gesproken wordt over lid of leden, worden eveneens bedoeld junior lid of junior leden en aspirant-lid of aspirant-leden, tenzij uit de strekking van het betreffende artikel anders blijkt.

 

Algemene gedragsregels

1.1          Bij het nastreven van het doel onthoudt de vereniging zich in haar doen en laten van al hetgeen waarmee zij zichzelf, of de schietsport in het algemeen, in diskrediet zou kunnen brengen.

 

1.2          De leden onthouden zich in hun doen en laten van al hetgeen waarmee zij zichzelf, de beoefenaars van de schietsport, de vereniging of de schietsport in het algemeen in diskrediet zouden kunnen brengen.

 

Exploitatie van de schietsportaccommodatie

1.3          De vereniging exploiteert de schietsportaccommodatie ten behoeve van de schietsport. Onder schietsport wordt hier verstaan het in wedstrijdverband beoefenen van een door de KNSA erkende of gereglementeerde tak van schietsport, voor zover de accommodatie daarvoor geschikt  is, zulks ter beoordeling van het bestuur. Overige disciplines kunnen slechts beoefent worden nadat het bestuur daar vooraf toestemming voor heeft verleend.

 

Artikel 2 – Middelen ter bereiking van het doel

 

Verplichtingen van het bestuur

2.1          Het bestuur draagt zorg dat:

  1. de aspirant-leden de nodige basisinstructie ontvangen,
  2. de leden en junior leden in de gelegenheid worden gesteld zich verder te bekwamen.

 

2.2          In ieder geval mogen:

  1. de aspirant-leden en junior leden slechts schieten onder onmiddellijke leiding van een instructeur of een daartoe door het bestuur aange­wezen lid,
  2. junior leden in geen geval van vuurwapens gebruik maken als er geen begeleider op de baan aanwezig is.

 

2.3          Van het in lid 2.1, sub a, en lid 2.2, bepaalde kan het bestuur ontheffing verlenen, als  het aspirant-lid of junior lid, naar het oordeel van het bestuur, reeds over de vereiste basiskennis en -vaardigheid beschikt.

 

2.4          Voor het bepalen van de voorwaarden waaronder potentiële schutters met welke categorie wapens mogen schieten heeft het bestuur een stroomschema opgesteld. De baancommandant hanteert dit schema bij de eventuele toewijzing van banen, wapens en instructeurs. Indien er desondanks vragen zijn over de uitkomsten van het schema beslist het bestuur. Het bestuur zal ervoor zorg dragen dat het stroomschema waar nodig geactualiseerd wordt, bijvoorbeeld naar aanleiding van wijzigingen in regelgeving of behoeften vanuit de vereniging.

 

Verplichtingen van de leden en aspirant-leden

2.5          Een ieder is verplicht deel te nemen aan de interne competitie. Het bestuur kan in voorkomende gevallen ontheffing verlenen.

 

2.6          Een ieder neemt  bij de oefeningen en wedstrijden de daarvoor geldende regels en gebruiken, en met name de veiligheidsregels, strikt in acht.

 

Afdeling 2 – De leden, aspirant-leden, introducés en donateurs

 

Artikel 3 – Toelatingsprocedure

3.1          De toelating als lid of junior lid wordt verzocht door de indiening van een door de vereniging beschikbaar gesteld en door de aanvrager ingevuld en ondertekend formulier. Indien de toelating wordt verzocht door een minder­jarige, worden de formulieren door ouders, voogd of verzorgers medeondertekend.

 

3.2          Van het verzoek om toelating wordt zo spoedig mogelijk op de in de vereniging gebruikelijke wijze kennis gegeven aan de leden.

 

3.3          Na het voldoen aan alle administratieve vereisten wordt de aanvrager voorlopig toegelaten als aspirant-lid.

 

3.4          De leden kunnen tegen de toelating bezwaar maken zolang het bestuur niet heeft beslist.

 

3.5        Men kan pas als lid of junior lid tot de vereniging worden toegelaten als:

  1. er ten minste 6 maanden zijn verstreken sinds de aanmelding voor het lidmaatschap,
  2. het bestuur op deugdelijke gronden de verwachting heeft dat het aspirant-lid over de nodige kennis en vaardigheid beschikt die voor een veilig gebruik van de schietwapens vereist zijn, en
  3. er ten aanzien van het aspirant-lid niet van zodanige eigenschappen, gedragingen of omstandigheden aan het bestuur is gebleken dat gebruik van de wapens voor een ander doel dan de beoefening van de schietsport kan worden geducht.

 

Artikel 4 – Schade aan zaken der vereniging

4.1          Iedere geconstateerde vermissing of beschadiging van enige zaak bij de vereniging in gebruik wordt geacht te zijn veroorzaakt door degene die de zaak het laatst heeft gebezigd of onder berusting had, behoudens tegenbewijs door de betrokkene.

 

Schade aan zaken der leden

4.2          De vereniging kan niet aansprakelijk worden gesteld voor vermissing of beschadiging van zaken bij de leden in gebruik.

 

Artikel 5 – Disciplinaire maatregelen

5.1          Indien een lid

  1. handelt in strijd met de voor de oefeningen en wedstrijden geldende regels en gebruiken, dan wel
  2. zich bij de activiteiten der vereniging onordelijk gedraagt, kan dat lid door het bestuur worden:
  3. gewaarschuwd,
  4. berispt,
  5. uitgesloten van deelneming aan oefeningen en wedstrijden voor een periode van ten hoogste zes maanden,
  6. uitgesloten van deelneming aan bijeenkomsten van de vereniging voor een periode van ten hoogste zes maanden, of
  7. geschorst voor een periode van ten hoogste zes maanden.

 

5.2          De maatregelen genoemd in lid 5.1 onder sub. b.1 en sub. b.2 kunnen gecombineerd worden opgelegd.

 

5.3          Tegen een overeenkomstig het in de leden 5.1 en 5.2 bepaalde opgelegde maatregel staat de betrokkene geen beroep open.

 

5.4          In spoedeisende gevallen kan de voorzitter of degene die hem vervangt het lid van verdere deelname aan de betreffende oefeningen, wedstrijden of bijeenkomst uitsluiten. Tegen zodanige maatregel staat geen beroep open.

 

5.5          Het in de vorige leden bepaalde laat onverlet de bij oefeningen en wedstrijden aan de leiding daarvan jegens het lid toekomende maat­regelen.

 

Artikel 6 – Ledenadministratie

6.1          Het bestuur draagt zorg voor het inrichten en onderhouden van een ledenadministratie die voldoet aan de geldende wet en regelgeving.

 

Artikel 7 – Introducés

7.1          Het bestuur is te allen tijde bevoegd tot introductie van niet-leden.

 

7.2          De leden zijn bevoegd, onder hun verantwoordelijkheid, niet-leden te introduceren, mits zij

van het bestuur de voorgaande toestemming daar­voor hebben verkregen. Het bestuur kan zijn bevoegdheid tot het verlenen van toestemming delegeren aan één of meer bestuursleden.

 

7.3          De introducés worden altijd door een bestuurslid bij de baancommandant voorgesteld.

 

Artikel 8 – Donateurs

8.1          Als donateurs worden aangemerkt alle natuurlijke personen of rechtspersonen die een eenmalige of structurele financiële bijdrage leveren aan de vereniging zonder daarvan lid te zijn.

 

Afdeling 3 – De algemene vergadering

 

Artikel 9 – Algemene vergadering

9.1          De leden kunnen voorstellen ter behandeling aan de algemene vergadering voorleggen.

 

9.2          Zodanige voorstellen moeten schriftelijk, door tenminste 10 stemgerechtigde leden ondertekend, uiterlijk zeven dagen vóór de vergadering bij het bestuur worden ingediend.

 

9.3          Het bestuur voegt de voorstellen die voldoen aan de in lid 9.2 gestelde voorwaarden aan de agenda toe.

 

9.4          Indien een voorstel niet aan de in lid 9.2 gestelde voorwaarden voldoet, is het bestuur wel bevoegd maar geenszins gehouden het voorstel aan de agenda toe te voegen.

 

9.5          Het in de vorige leden bepaalde is niet van toepassing op voorstellen voor welke aanneming een gekwalificeerde meerderheid van de algemene vergadering vereist is.

 

Artikel 10 – Presidium en secretariaat

10.1       Als voorzitter en secretaris van een door het bestuur bijeengeroepen vergadering treden op de voorzitter en de secretaris van het bestuur of hun respectievelijke vervangers.

 

10.2       Indien, in de gevallen van de voorafgaande leden, iemand tijdens de vergadering de hoedanigheid verliest op grond waarvan hij voorzitter of secretaris van de algemene vergadering is, blijft hij niettemin die functie uitoefenen tot na afloop van de vergadering, tenzij hij anders verkiest of de vergadering anders beslist.

 

Artikel 11 – Besluitvorming

11.1       Heeft er met het oog op de keuze, de voordracht of de aanbeveling van een persoon kandidaatstelling plaats gehad en is er niet meer dan één kandidaat gesteld, dan wordt die als gekozen beschouwd.

 

Afdeling 4

 

Artikel 12 – Het bestuur

 

Taak van de voorzitter, de secretaris en de penningmeester der vereniging

12.1       De voorzitter der vereniging zit het bestuur der vereniging voor, de secretaris der vereniging voert daarin de pen en de penningmeester der vereniging ontvangt de aan de vereniging toekomende gelden en geeft daarvoor kwijting, beheert de gelden der vereniging en betaalt de door de vereniging verschuldigde gelden.

 

12.2        De voorzitter vertegenwoordigt bovendien de vereniging naar buiten toe.

 

12.3       Het bestuur heeft de goedkeuring nodig van de algemene vergadering voor besluiten tot het doen van uitgaven boven de € 2.500,–, als bedoeld in artikel 9 lid 5 van de statuten.

 

Artikel 13 – Rooster van aftreden

13.1       De leden van het bestuur treden ingaande de algemene vergadering van 1989 periodiek af. Het daarvoor geldende rooster is in de algemene vergadering van 2019 gewijzigd in onderstaand rooster:

eerste jaar: de voorzitter en de eerste bijzitter

tweede jaar: de secretaris en de tweede bijzitter

derde jaar: de penningmeester en de derde en vierde bijzitter (de rangorde der bijzitters naar volgorde van benoeming) en vervolgens van voren af aan.

 

Artikel 14 – Besluitvorming

14.1       Het bestuur beslist bij meerderheid van stemmen der aanwezige leden; bij staking van stemmen geeft de stem van de voorzitter de doorslag.

 

Artikel 15 – Verenigingsinstructeurs

15.1        Het bestuur kan één of meerdere instructeurs aanstellen om:

  1. Aspirant-leden de vereiste basiskennis en -vaardigheid bij te brengen,
  2. leden verder te bekwamen, en
  3. deelnemers aan wedstrijden daarop deugdelijk voor te bereiden.

 

15.2       De instructeurs dienen bij voorkeur in het bezit te zijn van een diploma ener door de K.N.S.A. erkende opleiding.

 

Artikel 16 – Kantinecommissie

16.1       Indien de vereniging er toe overgaat een kantine te exploiteren kan het bestuur besluiten uit de leden een kantinecommissie in te stellen om, onder verant­woordelijk­heid van het bestuur, de organisatie van de kantine te verzorgen en de gelden van de kantine te beheren.

 

Artikel 17 – Rooster van diensten

17.1       Voor een goede gang van zaken tijdens oefenavonden, wedstrijden en andere evenementen kan het bestuur besluiten uit de leden commissies in te stellen om, onder verantwoordelijkheid van het bestuur, de organisatie van betreffende activiteiten te verzorgen.

 

Afdeling 5 – Het vermogen en het beheer daarover door het bestuur

 

Artikel 18 – Betalingen etc.

18.1       De door de leden verschuldigde gelden dienen door hen aanstonds en vervolgens telkens uiterlijk op de vervaldag van de contributiefactuur of, indien betaling in termijnen door de algemene vergadering is toegestaan, uiterlijk op de eerste vervaldag van iedere termijn, zonder korting of schuldvergelijking uit welken hoofde dan ook aan de vereniging te worden voldaan.

 

18.2        De voldoening geschiedt, naar keuze van het betrokken lid:

  1. door overmaking aan de penningmeester der vereniging per bank, of
  2. door het verlenen van een machtiging tot automatische incasso.

 

18.3        Indien de betaling plaatsvindt door overmaking per bank dient, voor risico van het lid, de overmaking zo tijdig plaats te vinden dat de kennisgeving van storting uiterlijk op de vervaldag in het bezit van de penningmeester is.

 

18.4        Bij aanvang of beëindiging – om welke reden dan ook – van het lidmaatschap in de loop van het boekjaar vindt geen vermindering plaats, tenzij het bestuur anders bepaalt. Nog niet voldane contributie termijnen blijven in dat geval verschuldigd.

 

OK

Wij gebruiken cookies om het gebruik van de website te analyseren en het gebruiksgemak te verbeteren.
Klik op "OK" om het gebruik van cookies te accepteren.