Huishoudelijk reglement

Huishoudelijk reglement

Amersfoortse Schietsport Vereniging “Prins Hendrik”

Afdeling 1 – Algemene bepalingen

Artikel 1 – Nastreven van het doel

Algemene gedragsregels van de vereniging

  • Bij het nastreven van het doel onthoudt de vereniging zich in haar doen en laten van al hetgeen waarmee zij zichzelf, of de schietsport in het algemeen, in discrediet zou kunnen brengen.
  • Zij leeft de voorschriften, aanwijzigen en wensen die haar van overheids­wege worden kenbaar gemaakt stipt na, voor zover zij in overeen­stemming zijn met de in het algemeen rechtsbewustzijn levende beginselen van behoorlijk bestuur.

Algemene gedragsregels van de leden

1.3          De leden onthouden zich in hun doen en laten van al hetgeen waarmee zij zichzelf, de beoefenaars van de schietsport, de vereniging of de schietsport in het algemeen in discrediet zouden kunnen brengen.

 

Artikel 2 – Middelen ter bereiking van het doel

Verplichtingen van het bestuur

2.1          Het bestuur draagt zorg dat:

  1. de aspirantleden de nodige basisinstructie ontvangen,
  2. de gewone en juniorleden in de gelegenheid worden gesteld zich verder te bekwamen.

2.2          In ieder geval mogen:

  1. de aspirant- en juniorleden slechts schieten onder onmiddellijke leiding van een instructeur of een daartoe door het bestuur aange­wezen gewoon lid,
  2. juniorleden die de 18-jarige leeftijd nog niet hebben bereikt in geen geval van vuurwapens gebruik maken als er geen begeleider op de baan aanwezig is.

2.3          Van het in lid 1, aanhef onder a, en lid 2, aanhef onder a, bepaalde kan het bestuur ontheffing verlenen, voor zover het aspirant- of juniorlid reeds over de vereiste basiskennis en -vaardigheid beschikt.

Verplichtingen van de leden

2.4          De leden zijn verplicht regelmatig aan de oefeningen deel te nemen en aan wedstrijden voor zover het bestuur dat voorschrijft. Als regelmatige deelname aan oefeningen geldt deelname aan 26 oefenavonden per boekjaar -zo gelijkmatig mogelijk over het jaar verdeeld- behoudens wettige verhindering, zulks ter beoordeling aan het bestuur.

2.5          De leden nemen bij de oefeningen en wedstrijden de daarvoor geldende regels en gebruiken, en met name de veiligheidsregels, strikt in acht.

Deelneming door aspirantleden en introducé’s

2.6          Het bestuur onderwerpt de aspirantleden ten aanzien van de oefeningen en wedstrijden zoveel mogelijk aan de voor de leden geldende regels, met dien verstande dat het kan verlangen dat zij aan iedere oefenavond deelnemen, behoudens wettige verhindering.

2.7          Introducé’s onderwerpt het bestuur aan de voor de oefeningen en wedstrijden geldende regels en gebruiken, en met name de veiligheids­regels.

 

Artikel 3 – Kantine

3.1          De algemene ledenvergadering kan besluiten dat de vereniging een kantine zal exploiteren.

3.2          Indien het exploiteren van de kantine valt onder de bepalingen van de drank- en horecawet, zijn zowel de vereniging als haar leden verplicht de bepalingen van de wet en de voorwaarden waaronder de vergunning is verleend strikt in acht te nemen.

 

Afdeling 2 – De leden, aspirantleden, introducé’s en begunstigers

Artikel 4 – Aspirantleden

4.1          Aspirantleden zijn zij die een verzoek om toetreding als gewoon- of juniorlid hebben gedaan en op wier verzoek nog niet is beslist, bij besluit waartegen geen beroep openstaat of meer openstaat.

 

Artikel 5 – Toelatingsprocedure

5.1          De toelating als gewoon- of juniorlid wordt verzocht door de indiening van een door de vereniging beschikbaar gesteld en door de aanvrager ingevuld en ondertekend formulier, in zoveel exemplaren als op het formulier is vermeld. Indien de toelating wordt verzocht door een minder­jarige, worden de formulieren door ouders, voogd of verzorgers mede-ondertekend. Bij de indiening legt de aanvrager een drietal goed­gelijkende pasfoto’s over.

5.2          Tegelijk met de uitreiking van de aanmeldingsformulieren ontvangt de aanvrager een exemplaar van de statuten en de reglementen der vereniging, met de eventuele wijzigingsbladen.

5.3          Het bestuur is bevoegd de aanvrager de kosten voor de statuten en het huishoudelijk reglement in rekening te brengen. Als de aanvrager wordt toegelaten worden de kosten met het inschrijfgeld verrekend.

5.4          Van het verzoek om toelating wordt zo spoedig mogelijk op de in de vereniging gebruikelijke wijze kennis gegeven aan de leden.

5.5          De leden kunnen tegen de toelating bezwaar maken zolang het bestuur niet heeft beslist. De bezwaren moeten schriftelijk worden ingediend bij het bestuur. Op niet op deze wijze kenbaar gemaakte bezwaren wordt geen acht geslagen.

5.6          Niemand kan als aspirant, gewoon- of junior lid tot de vereniging worden toegelaten indien niet:

  1. er tenminste 6 maanden zijn verstreken sinds de aanmelding voor het lidmaatschap,
  2. het bestuur op deugdelijke gronden de verwachting heeft dat het aspirantlid over de nodige kennis en vaardigheid beschikt die voor een veilig gebruik van de schietwapens vereist zijn, en
  3. er ten aanzien van het aspirantlid niet van zodanige eigen­schappen, gedragingen of omstandigheden aan het bestuur is gebleken dat gebruik van de wapens voor een ander doel dan de beoefening van de schietsport kan worden geducht.

 

Artikel 6 – Lidmaatschapsbewijs

6.1          Ieder lid ontvangt terstond na toelating een lidmaatschapsbewijs.

6.2          Het bewijs, waaraan een pasfoto van het lid wordt gehecht, bevat de volgende gegevens:

  1. de naam, voornamen, geboortedatum en -plaats;
  2. het volledige adres;
  3. het lidmaatschapsnummer;
  4. de vermelding of het een gewoon- of juniorlid betreft;
  5. andere gegevens waarvan het bestuur vermelding op het lidmaat­schapsbewijs van belang acht.

6.3          Het bewijs wordt door de voorzitter en de sekretaris ondertekend.

6.4          De betrokkene dient op het lidmaatschapsbewijs zijn handtekening te plaatsen.

6.5          Het bewijs kan mede dienstbaar worden gemaakt aan de aantekening van de betaalde jaarlijkse bijdrage en strekt dan, mits voorzien van de handtekening van een bestuurslid, tot bewijs van betaling daarvan.

6.6          Het lidmaatschapsbewijs blijft eigendom van de vereniging en dient na het beëindigen van het lidmaatschap te worden ingeleverd.

 

Artikel 7 – In bezitstelling wijzigingsbladen

7.1          De leden worden, tegen de kostende prijs, in het bezit gesteld van de wijzigingsbladen met betrekking tot de statuten en de reglementen.

7.2          Indien een lid op de genoemde stukken geen prijs stelt, blijft hij niettemin het bedrag daarvoor verschuldigd.

 

Artikel 8 – Schade aan zaken der vereniging

8.1          Iedere geconstateerde vermissing of beschadiging van enige zaak bij de vereniging in gebruik wordt geacht te zijn veroorzaakt door degene die de zaak het laatst heeft gebezigd of onder berusting had, behoudens tegenbewijs door de betrokkene.

Schade aan zaken der leden

8.2          De vereniging stelt zich niet aansprakelijk voor vermissing of beschadiging van zaken bij de leden in gebruik.

 

Artikel 9 – Disciplinaire maatregelen

9.1          Indien een gewoon- of juniorlid

  1. handelt in strijd met de voor de oefeningen en wedstrijden geldende regels en gebruiken, danwel
  2. zich bij de aktiviteiten der vereniging onordelijk gedraagt, kan dat lid door het bestuur worden:
  3. gewaarschuwd,
  4. berispt,
  5. uitgesloten van deelneming aan oefeningen en wedstrijden voor een periode van ten hoogste zes maanden,
  6. uitgesloten van deelneming aan bijeenkomsten van de vereniging voor een periode van ten hoogste zes maanden, of
  7. geschorst voor een periode van ten hoogste zes maanden.

9.2          De maatregelen in het vorige lid genoemd onder 3 en 4 kunnen gecombineerd worden opgelegd.

9.3          Tegen een overeenkomstig het in de leden 1 en 2 bepaalde opgelegde maatregel staat de betrokkene geen beroep open.

9.4          In spoedeisende gevallen kan de voorzitter of degene die hem vervangt het lid van verdere deelname aan de betreffende oefeningen, wedstrijden of bijeenkomst uitsluiten. Tegen zodanige maatregel staat geen beroep open.

9.5          Het in de vorige leden bepaalde laat onverlet de bij oefeningen en wedstrijden aan de leiding daarvan jegens het lid toekomende maat­regelen.

 

Artikel 10 – Ledenadministratie

10.1        Door de zorg van het bestuur, en in bijzonder van de sekretaris, wordt een goede ledenadministratie aangelegd.

10.2        De ledenadministratie omvat op zijn minst een kaartsysteem volgens de in de volgende leden op te stellen regelen.

10.3        Van ieder aspirant-, gewoon- of juniorlid wordt een afzonderlijke kaart, met eventuele vervolgkaarten, aangelegd waaraan een pasfoto van het lid wordt gehecht en die voorts de volgende gegevens -voor zover aanwezig- omtrent de betrokkene bevat:

  1. de naam, voornamen, geboortedatum en -plaats, volledig adres en het telefoonnummer
  2. de datum waarop het lidmaatschap is aangevraagd, de datum waarop het lid definitief is toegelaten en, na beëindiging van het lidmaatschap, de datum van beëindiging en de reden daarvan
  3. het lidmaatschapsnummer
  4. de nummers van de wapenvergunningen, onder vermelding van de autoriteit die ze afgegeven heeft
  5. het nummer van het schietpaspoort
  6. behaalde kampioenschappen, zowel binnen als buiten het verband der vereniging
  7. eventuele tegen betrokkene getroffen disciplinaire maatregelen
  8. indien de betrokkene tot lid van verdienste of erelid is benoemd de vermelding daarvan met aanduiding van de datum van de algemene vergadering waarin dat is gebeurd
  9. eventuele functies welke de betrokkene in de vereniging heeft vervuld met vermelding van de data waarop hij die aangevangen of beëindigd heeft
  10. andere gegevens waarvan het bestuur de vermelding van blijvend belang acht, voor zover betrekking hebbend op het doel der vereniging.

10.4        Indien een aspirantlid als lid wordt toegelaten worden de gegevens, als vermeld op de kaart, overgebracht op een nieuwe kaart en wordt de oude kaart vernietigd; wordt het verzoek om toelating afgewezen, dan wordt de kaart bewaard, nadat daarop vermeld is dat het aspirantlid is afgewezen met de datum van afwijzing.

10.5        De kaarten dragen een verschillende kleur, naar gelang zij betrekking hebben op aspirant-, junior- of gewone leden.

 

Artikel 11 – Introducé’s

  • Het bestuur is te allen tijde bevoegd tot introductie van niet-leden.
  • De leden zijn bevoegd, onder hun verantwoordelijkheid, niet-leden te introduceren, mits zij van het bestuur de voorgaande toestemming daar­voor hebben verkregen. Het bestuur kan zijn bevoegdheid tot het verlenen van toestemming delegeren aan één of meer bestuursleden.

 

Afdeling 3 – De algemene vergadering

Artikel 12 – Jaarvergadering

12.1        De leden kunnen voorstellen ter behandeling aan de jaarvergadering voorleggen.

12.2        Zodanige voorstellen moeten schriftelijk, door tenminste 10 gewone- of juniorleden ondertekend, uiterlijk zeven dagen vóór de vergadering bij het bestuur worden ingediend.

12.3        Het bestuur voegt de voorstellen die voldoen aan de in lid 2 gestelde voorwaarden aan de agenda toe.

12.4        Indien een voorstel niet aan de in lid 2 gestelde voorwaarden voldoet, is het bestuur wel bevoegd maar geenszins gehouden het aan de agenda toe te voegen.

12.5        Het in de vorige leden bepaalde is niet van toepassing op voorstellen voor welker aanneming een gekwalificeerde meerderheid van de algemene vergadering vereist is.

 

Agenda

  • Op de jaarvergadering worden in ieder geval aan de orde gesteld:
  1. de notulen van de vorige ledenvergadering en van de eventueel tussentijds gehouden buitengewone vergaderingen;
  2. het jaarverslag van het bestuur over het afgelopen boekjaar;
  3. de balans en de staat van baten en lasten betreffende het afgelopen boekjaar, met het verslag van de kaskontrole-kommissie en van de eventuele deskundige;
  4. de begroting voor het lopende boekjaar;
  5. de vervulling van de openstaande of de in de vergadering open­vallende vakatures in het bestuur, of door de algemene leden­vergadering ingestelde kommissies, één en ander voor zover in die vakatures niet reeds in een buitengewone vergadering is voorzien;
  6. de benoeming van een kaskontrole-kommissie;
  7. de voorstellen die het bestuur op de agenda plaatst;
  8. de eventuele voorstellen van de leden en
  9. de rondvraag.

 

Kaskontrole-kommissie

12.7        De kaskontrole-kommissie vangt haar werkzaamheden zo spoedig mogelijk aan.

12.8        Vereist het onderzoek van de jaarrekening bijzondere boekhoudkundige kennis waarover de kommissie zelf niet beschikt, dan kan zij zich door een deskundige laten bijstaan.

12.9        Het bestuur is verplicht ten behoeve van het onderzoek der kommissie aan deze, en aan de deskundige zo deze is aangewezen, inzage van de boeken en bescheiden der vereniging te geven, hen desgevraagd de kas en de waarden te tonen en alle door hen gewenste inlichtingen te verschaffen.

12.10       Het in de leden 7 tot en met 9 bepaalde is van overeenkomstige toepassing op de kaskontrole-kommissies die benoemd zijn ingevolge het bepaalde in art. C.8. lid 2 laatste zin, of art. C.8. lid 4 eerste zin, der statuten.

 

Artikel 13 – Preasidium en sekretariaat

13.1        Als voorzitter en sekretaris van een door het bestuur bijeengeroepen vergadering treden op de voorzitter en de sekretaris van het bestuur of hun respektievelijke vervangers.

13.2        Een door de leden der vereniging overeenkomstig het bepaalde bij art. C.9. lid 2 der statuten bijeengeroepen algemene vergadering kiest zelf haar voorzitter en sekretaris.

13.3        Indien, in de gevallen van de voorafgaande leden, iemand tijdens de vergadering de hoedanigheid verliest op grond waarvan hij voorzitter of sekretaris van de algemene vergadering is, blijft hij niettemin die funktie uitoefenen tot na afloop van de vergadering, tenzij hij anders verkiest of de vergadering anders beslist.

 

Artikel 14 – Besluitvorming

Volmacht

14.1        Een tot stemmen bevoegde kan zijn stem of stemmen laten uitbrengen door een schriftelijk daartoe gemachtigd (ander) lid.

Wijze van stemmen

  • De stemming geschiedt in beginsel hoofdelijk en mondeling.

14.3        Indien niemand zich daartegen verzet kunnen voorstellen ook zonder hoofdelijke stemming worden aangenomen.

14.4        Indien de voorzitter dit bepaalt, of tenminste één vijfde gedeelte van de ter vergadering aanwezige leden dit verlangt, wordt schriftelijk met ongetekende en gesloten briefjes gestemd; alsdan wijst de voorzitter twee leden aan om de stemming op te nemen.

Volstrekte meerderheid

14.5        De besluiten worden in de algemene ledenvergadering genomen met volstrekte meerderheid van de door de aanwezige leden uitgebrachte stemmen; staken de stemmen over een voorstel dat niet betreft keuzen, voordrachten of aanbevelingen van personen, dan wordt het voorstel geacht te zijn verworpen.

Keuzen

14.6        Heeft bij een stemming over keuzen, voordrachten of aanbevelingen van personen niemand de volstrekte meerderheid verkregen, dan heeft een nieuwe vrije stemming plaats. Wordt alsdan wederom geen volstrekte meerderheid verkregen, dan wordt herstemd tussen de twee personen die het grootste aantal stemmen op zich hebben verenigd. Zouden door gelijkheid van stemmen meer dan twee personen voor herstemming in aanmerking komen, dan wordt door loting uitgemaakt tussen welke twee personen herstemming zal plaatsvinden. Bij de herstemming is hij gekozen op wie de meeste stemmen zijn uitgebracht. Staken bij herstemming de stemmen, dan beslist het lot.

14.7        Heeft er met het oog op de keuze, de voordracht of de aanbeveling van een persoon kandidaatstelling plaats gehad en is er niet meer dan één kandidaat gesteld, dan wordt die als gekozen beschouwd.

Stemmen van onwaarde

14.8        Onder stemmen worden in dit artikel verstaan geldig uitgebrachte stemmen, zodat voor de berekening van het stemmenaantal niet meetellen ongeldige of blanco stemmen.

Vaststelling dat het besluit genomen is

14.9        Het ter algemene vergadering uitgesproken oordeel van de voorzitter dat door de algemene vergadering een besluit is genomen is beslissend. Hetzelfde geldt voor de inhoud van een genomen besluit, voor zover gestemd werd over een niet schriftelijk voorgelegd voorstel.

14.10       Wordt echter onmiddellijk na het uitspreken van het in het vorige lid bedoelde oordeel de juistheid daarvan betwist, dan vindt een nieuwe stemming plaats wanneer de meerderheid der vergadering of, indien de oorspronkelijke stemming niet hoofdelijk of schriftelijk geschiedde, een stemgerechtigde aanwezige dit verlangt. Door deze nieuwe stemming vervallen de rechtsgevolgen van de oorspronkelijke stemming.

 

Afdeling 4

Artikel 15 – Het bestuur

Taak van de voorzitter, de sekretaris en de penningmeester der vereniging

15.1        De voorzitter der vereniging zit het bestuur der vereniging voor, de sekretaris der vereniging voert daarin de pen en de penningmeester der vereniging ontvangt de aan de vereniging toekomende gelden en geeft daarvoor kwijting, beheert de gelden der vereniging en betaalt de door de vereniging verschuldigde gelden.

15.2        De voorzitter vertegenwoordigt bovendien de vereniging naar buiten toe.

15.3        Het bestuur heeft de goedkeuring nodig van de algemene vergadering voor besluiten tot het doen van uitgaven boven de f. 1.000,–, als bedoeld in artikel D.13.2 j. van de statuten.

 

Artikel 16 – Rooster van aftreden

16.1        De leden van het bestuur treden ingaande de jaarvergadering van 1989 periodiek af volgens onderstaand rooster:

eerste jaar: de voorzitter, de tweede en de derde bijzitter

tweede jaar: de sekretaris en de vice-voorzitter

derde jaar: de penningmeester en de eerste bijzitter (de rangorde der bijzitters naar volgorde van benoeming) en vervolgens van voren af aan.

 

Artikel 17 – Besluitvorming

17.1        Het bestuur beslist bij meerderheid van stemmen der aanwezige leden; bij staking van stemmen geeft de stem van de voorzitter de doorslag.

 

Artikel 18 – Verenigingsinstrukteurs

18.1        Het bestuur kan één of meerdere instrukteurs aanstellen om:

  1. aspirantleden de vereiste basiskennis en -vaardigheid bij te brengen,
  2. leden verder te bekwamen, en
  3. deelnemers aan wedstrijden daarop deugdelijk voor te bereiden.

18.2        De instrukteurs dienen bij voorkeur in het bezit te zijn van een diploma ener door de K.N.S.A. erkende opleiding.

 

Artikel 19 – Kantinekommissie

19.1        Indien de vereniging er toe overgaat een kantine te exploiteren stelt het bestuur uit de leden een kantinekommissie in om, onder verant­woordelijk­heid van het bestuur, de organisatie van de kantine te verzorgen en de gelden der kantine te beheren.

 

Artikel 20 – Rooster van diensten

20.1        De leden stellen zich bij toerbeurt, -behoudens wettige verhindering, ter beoordeling van het bestuur – volgens een door het bestuur op te stellen rooster, beschikbaar voor diensten welke verricht moeten worden om een goede gang van zaken tijdens oefenavonden, wedstrijden en andere evenementen te bevorderen.

20.2       Indien een lid (zonder (tijdige) opgaaf van geldige reden) een toegewezen baan- of bardienst niet vervult en hiervoor geen vervanging geregeld heeft, zal het betreffende lid gedurende een periode van 4 (zegge vier) weken de toegang tot de schietbaan ontzegd worden. Indien de accommodatie gedurende (of een gedeelte van) deze periode gesloten is, zal de ontzegging met eenzelfde periode worden verlengd. In uitzonderlijke gevallen kan het bestuur besluiten van sancties af te zien. Ieder lid is zelf verantwoordelijk voor het regelen van vervanging, dit is duidelijk géén taak van het bestuur.

Afdeling 5 – Het vermogen en het beheer daarover door het bestuur

Artikel 21 – Betalingen etc.

21.1        De door de gewone en juniorleden verschuldigde gelden dienen door hen aanstonds en vervolgens telkens in de eerste maand van het boekjaar of, indien betaling in termijnen door de algemene vergadering is toegestaan, uiterlijk op de eerste vervaldag van iedere termijn, zonder korting of schuldvergelijking uit welken hoofde dan ook aan de vereniging te worden voldaan.

21.2        De voldoening geschiedt, naar keuze van het betrokken lid:

  1. door betaling in kontanten in handen van de penningmeester der vereniging,
  2. door overmaking aan de penningmeester der vereniging door middel van een daartoe ontvangen accept-giroformulier, of
  3. doordat de penningmeester der vereniging daarover bij het lid beschikt.

21.3        De leden zijn verplicht bij de aanvang van het lidmaatschap op te geven welke van de hierboven genoemde wijzen van betaling zij verkiezen en een verandering in hun keuze tijdig aan de penningmeester kenbaar te maken.

21.4        Indien de betaling plaatsvindt door overmaking per bank of giro dient, voor risico van het lid, de overmaking zo tijdig plaats te vinden dat de kennisgeving van storting uiterlijk op de vervaldag in het bezit van de penningmeester is.

21.5        De penningmeester beschikt over de gelden door aanbieding van de kwitantie voor het bedrag, vermeerderd met de inningskosten, ten huize van het betrokken lid; bij iedere volgende aanbieding worden de inningskosten met de helft verhoogd.

21.6        Bij aanvang of beëindiging – om welke reden dan ook – van het lidmaatschap in de loop van het boekjaar vindt geen vermindering plaats, tenzij het bestuur anders bepaalt.

OK

Wij gebruiken cookies om het gebruik van de website te analyseren en het gebruiksgemak te verbeteren.
Klik op "OK" om het gebruik van cookies te accepteren.

Free High Quality Images Download Free Stock Images Download Free Images Free Stock Photos & Images Beautiful Free Stock Photos (CC0) Free stock photos